Nederland

De naam “Yara” vertegenwoordigt een goede oogst en jaar

Bemestingsstrategieën

Efficiente meststoffen en bemestingsadviezen

YARA N-Sensor
YARA N-Sensor

Yara N-Sensor en N-Tester

Een goede vakman stemt het gebruikte type meststof en de gift af op de gewasbehoefte. Dit wordt ondersteund door vakkundige adviseurs, grond- en gewasanalyses en hulpmiddelen als de Yara N-Sensor en Yara N-Tester.

Meststofkeuze:

In west-Europa is KAS (50:50-verhouding ammonium:nitraat) al decennia lang de meest gebruikte N-meststof. In meerjarige proeven blijkt telkens weer dat hiermee de hoogste financiële opbrengst en N-efficientie te halen is.  Gewassen die gevoelig zijn voor zwavelgebrek (bijv. tarwe en grasland), kunnen het beste worden bemest met meststoffen op basis van ammoniumnitraat, verrijkt met zwavel, zoals Yara Sulfan.

In Nederland en Vlaanderen is dierlijke mest de belangrijkste bron van fosfaat en kali. Met een breed pakket aan NP-, NK- en NPK-meststoffen is een eventueel tekort exact aan te vullen.

Bemestingsadvies:

De eerste stap in het opstellen van een goed bemestingsadvies is een uitgebreide bodemanalyse. Hieruit blijkt welke elementen de gewasontwikkeling kunnen remmen. Mogelijke belemmeringen kunnen gericht worden opgeheven door deze elementen aan te vullen.

De basisbemesting vindt meestal plaats met dierlijke mest. Ook hier is m.b.v. analyses vast te stellen wat de werkzame hoeveelheid aan N, P en K zal zijn.

Vervolgens wordt op basis van gewaseigenschappen en geschatte opbrengst bepaald welke aanvullende kunstmestgift nodig is. Deze aanvullende gift wordt in steeds meer gewassen niet in één keer gegeven, maar in gedeelde giften. Yara heeft een tweetal hulpmiddelen ontwikkeld om de hoogte van de 2e en eventuele 3e gift zo goed mogelijk aan te passen aan lokale gewasontwikkeling:

  • Yara N-Sensor: gewassensor gemonteerd boven op de tractor stuurt de kunstmeststrooier aan;

  • Yara N-Tester: handzaam meetinstrument om op diverse plekken in het perceel de N-toestand van het gewas te meten.

Advisering en nitraatuitspoeling:

Soms wordt nitraat uit kunstmest gemakshalve 1:1 vertaald naar nitraatuitspoeling. Dit gaat echter alleen op bij ondeskundig gebruik.Bovendien is de grondwaterbeweging tijdens het groeiseizoen zodanig dat er nauwelijks opgeloste voedingsstoffen kunnen uitspoelen.  Vakkundige landbouwers, ondersteund door deskundige adviseurs en geavanceerde hulpmiddelen kunnen prima de optimale kunstmestgift bepalen. N-verliezen zijn dan minimaal.

Het grootste risico op nitraatuitspoeling is na de oogst. Dan stopt de verdamping door het gewas en in de herfst en winter neemt de neerslag toe. Ondertussen gaat de afbraak van organische stof door. Hierbij wordt uiteindelijk nitraat gevormd. Onder deze omstandigheden is uitspoeling wèl mogelijk. Ook hier zijn er efficiënte maatregelen om nitraatuitspoeling tegen te gaan:

·        inzaaien van een vanggewas / groenbemester (vaak al verplicht), waardoor vrijkomende stikstof wordt vastgelegd tijdens herfst en winter;

·        gebruik dierlijke mest niet te laat in het seizoen, omdat de stikstof dan niet meer kan worden opgenomen;

·        bouwplan: uitgekiende gewasvolgorde.

Naar boven